Doop in de HEILIGE GEEST


De doop is de bekering tot vergeving van zonden. Het water vertegenwoordigt het levende water, de zalving van de RUACH ha KODESH die alle jukken en banden verbreekt.

De doop is het antwoord op een goed geweten jegens YAHUSHUA door de wederopstanding van YAHUSHUA, onze MASHIACH (MESSIAS) (bekend als Jezus Christus in de Griekse vertaling). De doop betekent dat je sterft aan jezelf en nu de gelofte doet om YAHUSHUA ha MASHIACH te aanbidden en ernaar te streven HEM te gehoorzamen en HEM te dienen in al je dagen.

Onderdompeling in het water gebeurt na het belijden van de zonden en het bidden om vergeving voor YAHUVEH GOD en ZIJN ZOON, YAHUSHUA. Hierbij accepteert men YAHUSHUA als de ENIGE REDDER en maakt men een verbintenis om zich af te keren van een zondig leven.

De doop wordt gedaan in de Naam van de VADER (ABBA YAHUVEH), ZIJN eniggeboren ZOON YAHUSHUA ha MASHIACH en de HEILIGE GEEST, ook wel de RUACH ha KODESH genoemd. Het moet eindigen met een gebed voor de volheid van de Doop met de HEILIGE GEEST.

YAHUVEH GOD redt ons volgens ZIJN genade door de wassing van wedergeboorte en de vernieuwing door de HEILIGE GEEST. De doop wast onze zonden weg en leidt ons ertoe dat we YAHUSHUA, onze MASHIACH, aantrekken.

YAHUSHUA heeft ons bevolen om gelovigen te dopen.

Als er niemand anders is die je kan dopen en die een sterke gelovige is en je in de Hebreeuwse namen wil dopen, doe het dan zelf, ook al is het je eigen badkuip. YAHUSHUA ha MASHIACH kent je hart en zal het eren!

De doop betekent dat we gedoopt worden in de dood van YAHUSHUA, onze MASHIACH. Daarom zijn we met HEM begraven door de doop in de dood, opdat, zoals YAHUSHUA uit de dood is opgewekt door de heerlijkheid van de VADER, zo dat ook wij in een nieuw leven zouden wandelen. Want als wij één zijn geworden in de gelijkenis van ZIJN dood, zullen wij zeker ook één zijn in de gelijkenis van ZIJN opstanding.

Marcus 1:4

Johannes was dopende in de woestijn, en predikende den doop der bekering tot vergeving der zonden.

Lucas 3:3

3 En hij kwam in heel de omgeving van de Jordaan en predikte een doop van bekering tot vergeving van zonden,

Marcus 16:16-18

16 Die geloofd zal hebben, en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden.
17 En degenen, die geloofd zullen hebben, zullen deze tekenen volgen: in Mijn NAAM zullen zij duivelen uitwerpen; met nieuwe tongen zullen zij spreken.
18 Slangen zullen zij opnemen; en al is het, dat zij iets dodelijks zullen drinken, dat zal hun niet schaden; op kranken zullen zij de handen leggen, en zij zullen gezond worden.

Mattheüs 3:6
6 en zij werden door hem gedoopt in de Jordaan, terwijl zij hun zonden beleden.

Handelingen 8:36-38
36 En terwijl zij onderweg waren, kwamen zij bij een water. En de kamerheer zei: Kijk, daar is water; wat verhindert mij gedoopt te worden?
37 En Filippus zei: Als u met heel uw hart gelooft, is het geoorloofd. En hij antwoordde en zei: Ik geloof dat YAHUSHUA ha MASHIACH de Zoon van YAHUVEH is.
38 En hij liet de wagen stilhouden, en zij daalden beiden af in het water, zowel Filippus als de kamerheer, en hij doopte hem.

Handelingen 2:38
38 En Petrus zei tegen hen: Bekeer u en laat ieder van u gedoopt worden in de Naam van YAHUSHUA ha MASHIACH, tot vergeving van de zonden; en u zult de gave van de RUACH ha KODESH ontvangen.

Handelingen 22:16
16 En nu, waarom aarzelt u? Sta op, laat u dopen en uw zonden afwassen onder aanroeping van de Naam van YAHUSHUA ha MASHIACH.

Romeinen 6:3-5
3 Of weet u niet dat wij allen die in YAHUSHUA gedoopt zijn, in ZIJN dood gedoopt zijn?
4 Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat evenals Christus uit de doden is opgewekt tot de heerlijkheid van de Vader, zo ook wij in een nieuw leven zouden wandelen.
5 Want als wij met Hem één plant zijn geworden, gelijkgemaakt aan Hem in Zijn dood, dan zullen wij ook aan Hem gelijk zijn in Zijn opstanding.

Galaten 3:27
27 Want u allen die in MESSIAS gedoopt bent, hebt zich met MESSIAS bekleed.

Titus 3:5

5 maakte HIJ ons zalig, niet op grond van de werken van rechtvaardigheid die wij gedaan hadden, maar vanwege ZIJN barmhartigheid, door het bad van de wedergeboorte en de vernieuwing door de RUACH ha KODESH.

1 Petrus 3:20-21

21 Het tegenbeeld daarvan, de doop, behoudt nu ook ons. Maar niet als een verwijderen van het vuil van het lichaam, maar als vraag aan YAHUVEH van een goed geweten, door de opstanding van YAHUSHUA HA MASHIACH:

Mattheüs 28:19
19 Ga dan heen, onderwijs al de volken, hen dopend in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, hun lerend alles wat Ik u geboden heb, in acht te nemen.

Lukas 11:13

13 Als u die slecht bent, uw kinderen dus goede gaven weet te geven, hoeveel te meer zal de hemelse Vader de Heilige Geest geven aan hen die tot Hem bidden?


Er zijn er nog meer, kijk of je er een opmerkt en noteer ze.

Het allerbelangrijkste is om YAHUVEH GOD te vragen je elke dag de onbeleden zonden te laten zien die mogelijk in je hart leven. Ik moest dit ook doen. Sterker nog, ik bid dit nog steeds dagelijks: "ABBA YAH (wat 'VADER' of 'PAPA' in het Hebreeuws betekent), blijf alstublieft het licht in mijn hart schijnen voor alles wat je mishaagt of voor onbeleden zonden. Ik verontschuldig me altijd - dagelijks - voor alle zonden (en ongerechtigheden) die ik heb begaan (en zelfs voor de zonden waarvan ik me nog niet bewust ben).

2 Korinthe 5:21
Want HEM DIE geen zonde gekend heeft, heeft HIJ voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid van YAHUVEH in YAHUSHUA.

1 Timoteüs 4:9-10

9 Dit is een betrouwbaar woord en alle aanneming waard.
10 Want daarvoor spannen wij ons ook in en worden wij gesmaad, omdat wij onze hoop gevestigd hebben op de levende GOD, Die een Behouder is van alle mensen, in het bijzonder van de gelovigen.



Bijbelse verwijzingen naar het spreken in tongen

1 Korinthe 12:7-11
7 Maar aan een iegelijk wordt de openbaring des Geestes gegeven tot hetgeen oorbaar is.
8 Want dezen wordt door den Geest gegeven het woord der wijsheid, en een ander het woord der kennis, door denzelfden Geest;
9 En een ander het geloof, door denzelfden Geest; en een ander de gaven der gezondmakingen, door denzelfden Geest.
10 En een ander de werkingen der krachten; en een ander profetie; en een ander onderscheidingen der geesten; en een ander menigerlei talen; en een ander uitlegging der talen.
11 Doch deze dingen alle werkt een en dezelfde Geest, delende aan een iegelijk in het bijzonder, gelijkerwijs Hij wil.

1 Korinthe 13:1
1 Al ware het, dat ik de talen der mensen en der engelen sprak, en de liefde niet had, zo ware ik een klinkend metaal, of luidende schel geworden.

1 Korinthe 14:1-19
1 Jaagt de liefde na, en ijvert om de geestelijke gaven, maar meest, dat gij moogt profeteren.
2 Want die een vreemde taal spreekt, spreekt niet den mensen, maar Gode; want niemand verstaat het, doch met den geest spreekt hij verborgenheden.
3 Maar die profeteert, spreekt den mensen stichting, en vermaning en vertroosting.
4 Die een vreemde taal spreekt, die sticht zichzelven; maar die profeteert die sticht de Gemeente.
5 En ik wil wel, dat gij allen in vreemde talen spreekt, maar meer, dat gij profeteert; want die profeteert, is meerder dan die vreemde talen spreekt, tenzij dan, dat hij het uitlegge, opdat de Gemeente stichting moge ontvangen.
6 En nu, broeders, indien ik tot u kwam, en sprak vreemde talen, wat nuttigheid zou ik u doen, zo ik tot u niet sprak, of in openbaring, of in kennis, of in profetie of in lering?
7 Zelfs ook de levenloze dingen, die geluid geven, hetzij fluit, hetzij citer, zo zij geen onderscheid met hun klank geven, hoe zal bekend worden, hetgeen op de fluit of op de citer gespeeld wordt?
8 Want ook indien de bazuin een onzeker geluid geeft, wie zal zich tot den krijg bereiden?
9 Alzo ook gijlieden, indien gij niet door de taal een duidelijke rede geeft, hoe zal verstaan worden hetgeen gesproken wordt? Want gij zult zijn als die in de lucht spreekt.
10 Er zijn, naar het voorvalt, zo vele soorten van stemmen in de wereld, en geen derzelve is zonder stem.
11 Indien ik dan de kracht der stem niet weet, zo zal ik hem, die spreekt, barbaars zijn; en hij, die spreekt, zal bij mij barbaars zijn.
12 Alzo ook gij, dewijl gij ijverig zijt naar geestelijke gaven, zo zoekt dat gij moogt overvloedig zijn tot stichting der Gemeente.
13 Daarom, die in een vreemde taal spreekt, die bidde, dat hij het moge uitleggen.
14 Want indien ik in een vreemde taal bid, mijn geest bidt wel, maar mijn verstand is vruchteloos.
15 Wat is het dan? Ik zal wel met den geest bidden, maar ik zal ook met het verstand bidden; ik zal wel met den geest zingen, maar ik zal ook met het verstand zingen.
16 Anderszins, indien gij dankzegt met den geest, hoe zal degene, die de plaats eens ongeleerden vervult, amen zeggen op uw dankzegging, dewijl hij niet weet, wat gij zegt?
17 Want gij dankzegt wel behoorlijk, maar de ander wordt niet gesticht.
18 Ik dank mijn God, dat ik meer vreemde talen spreek, dan gij allen;
19 Maar ik wil liever in de Gemeente vijf woorden spreken met mijn verstand, opdat ik ook anderen moge onderwijzen, dan tien duizend woorden in een vreemde taal.

1 Korinthe 14:22-25
22 Zo dan, de vreemde talen zijn tot een teken niet dengenen, die geloven, maar den ongelovigen; en de profetie niet den ongelovigen, maar dengenen, die geloven.
23 Indien dan de gehele Gemeente bijeenvergaderd ware, en zij allen in vreemde talen spraken, en enige ongeleerden of ongelovigen inkwamen, zouden zij niet zeggen, dat gij uitzinnig waart?
24 Maar indien zij allen profeteerden, en een ongelovige of ongeleerde inkwame, die wordt van allen overtuigd, en hij wordt van allen geoordeeld.
25 En alzo worden de verborgene dingen zijns harten openbaar; en alzo, vallende op zijn aangezicht, zal hij God aanbidden, en verkondigen, dat God waarlijk onder u is.

Handelingen 2:1-13
1 En als de dag van het Pinksterfeest vervuld werd, waren zij allen eendrachtelijk bijeen.
2 En er geschiedde haastelijk uit den hemel een geluid, gelijk als van een geweldigen, gedreven wind, en vervulde het gehele huis, waar zij zaten.
3 En van hen werden gezien verdeelde tongen als van vuur, en het zat op een iegelijk van hen.
4 En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest, en begonnen te spreken met andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken.
5 En er waren Joden, te Jeruzalem wonende, godvruchtige mannen van allen volke dergenen, die onder den hemel zijn.
6 En als deze stem geschied was, kwam de menigte samen, en werd beroerd, want een iegelijk hoorde hen in zijn eigen taal spreken.
7 En zij ontzetten zich allen, en verwonderden zich, zeggende tot elkander: Ziet, zijn niet alle dezen, die daar spreken, Galileërs?
8 En hoe horen wij hen een iegelijk in onze eigen taal, in welke wij geboren zijn?
9 Parthers, en Meders, en Elamieten, en die inwoners zijn van Mesopotamië, en Judea, en Cappadocië, Pontus en Azië.
10 En Frygië, en Pamfylië, Egypte, en de delen van Libye, hetwelk bij Cyrene ligt, en uitlandse Romeinen, beiden Joden en Jodengenoten;
11 Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze talen de grote werken Gods spreken.
12 En zij ontzetten zich allen, en werden twijfelmoedig, zeggende, de een tegen den ander: Wat wil toch dit zijn?
13 En anderen, spottende, zeiden: Zij zijn vol zoeten wijns.

Handelingen 10:44-47
44 Als Petrus nog deze woorden sprak, viel de Heilige Geest op allen, die het Woord hoorden.
45 En de gelovigen, die uit de besnijdenis waren, zovelen als met Petrus gekomen waren, ontzetten zich, dat de gave des Heiligen Geestes ook op de heidenen uitgestort werd.
46 Want zij hoorden hen spreken met vreemde talen, en God groot maken. Toen antwoordde Petrus:
47 Kan ook iemand het water weren, dat dezen niet gedoopt zouden worden, welke den Heiligen Geest ontvangen hebben, gelijk als ook wij?

Handelingen 19:6-7
6 En als Paulus hun de handen opgelegd had, kwam de Heilige Geest op hen; en zij spraken met vreemde talen, en profeteerden.
7 En alle dezen waren omtrent twaalf mannen.

Marcus 16:16-18
16 Die geloofd zal hebben, en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden.
17 En degenen, die geloofd zullen hebben, zullen deze tekenen volgen: in Mijn Naam zullen zij duivelen uitwerpen; met nieuwe tongen zullen zij spreken.
18 Slangen zullen zij opnemen; en al is het, dat zij iets dodelijks zullen drinken, dat zal hun niet schaden; op kranken zullen zij de handen leggen, en zij zullen gezond worden.